Auteur:
Ralf Beekveldt
Een jaar na PIAAC: wie bepaalde eigenlijk het verhaal?
Ralfs Blog
18-Nov-2025
Auteur:
Ralf Beekveldt
Een jaar na PIAAC: wie bepaalde eigenlijk het verhaal?
Het is alweer bijna een jaar geleden dat het nieuwste PIAAC-onderzoek verscheen. Voor de lezer die zich afvraagt wat PIAAC ook alweer is: dat is het grote internationale volwassenenonderzoek van de OESO. Je kunt het zien als de volwassen variant van PISA: het onderzoekt vaardigheden in geletterdheid, rekenen en digitale omgevingen. Voor landen in West Europa is het vooral een spiegel: hoeveel laaggeletterdheid hebben we, hoe zijn volwassenen voorbereid op de digitale economie?
De resultaten waren klassiek Nederlands: bovengemiddeld goed, maar met een forse staart van laaggeletterden. Interessant was echter minder wat het onderzoek zélf liet zien, en meer hoe die boodschap het land in werd gestuurd. Het ministerie van OCW had van de vroegere ophef rondom leesonderzoeken geleerd en stuurde goed-getimed een persbericht uit. En dat bepaalde bijna precies hoe media en veldpartijen het lazen: Nederland doet het internationaal prima, maar er blijft “nog een stevige opgave”.
Die tweedeling - trots én zorg - was geen spontane journalistieke keuze. Ze lag al volledig vervat in de OCW-framing. Vrijwel alle berichtgeving volgde dezelfde lijn: we scoren hoog, maar niet iedereen profiteert. Dat is niet verkeerd, maar het laat zien hoe sterk een ministerie met één strategisch geformuleerd persbericht het publieke gesprek kan sturen. Het onderzoek was de aanleiding; het persbericht werd de interpretatie.
Een jaar later zien we dat deze framing ook het vervolgbeleid heeft beïnvloed. Het Masterplan Basisvaardigheden werd gepresenteerd als logisch antwoord op PIAAC, al liep het al. Gemeenten schreven nieuwe plannen voor 2025–2028, meestal met brede ambities: taal, rekenen én digitale vaardigheden. Regio’s kregen meer data, en er ontstonden nieuwe lokale samenwerkingen.
Maar de grote doorbraak bleef uit. De Algemene Rekenkamer waarschuwde dit voorjaar dat monitoring ontbreekt, doelen niet scherp zijn en de effectmetingen zwak. Ondanks alle plannen zijn er nog steeds miljoenen volwassenen met beperkte basisvaardigheden. De structurele problemen - versnipperde financiering, onbereikbare doelgroepen, gebrek aan landelijke regie - zijn niet wezenlijk aangepakt.
En precies dáár wreekt zich de oorspronkelijke framing. Door een jaar geleden zo sterk te benadrukken dat Nederland internationaal goed presteert, bleef het ongemak over de structurele oorzaken van achterblijvende groepen op de achtergrond. De toon was “we staan er best goed voor, maar het kan beter”, niet “het stelsel werkt niet optimaal en moet anders”. Die nuanceverschillen bepalen uiteindelijk hoe beleid vorm krijgt - en hoeveel urgentie er wordt gevoeld.
Het is de moeite waard om ons dat te blijven realiseren. Onderzoek presenteer je niet neutraal; framing is keuze en strategie. Een jaar na PIAAC is de les helder: niet alleen de cijfers zijn bepalend, maar ook wie het verhaal eromheen vertelt. Misschien is het bij de volgende ronde tijd om dat verhaal minder te regisseren - en meer te bevragen.

Nederland
Vlaanderen